maandag 23 december 2013

Breda bevrijd van de troepen van de Franse keizer Napoleon in december 1813; herdenking van 200 jaar onafhankelijkheid van Nederland 1813-2013











De bijgaande foto uit 1957 stelt een houten Franse grenadier voor die anderhalve eeuw bij de boerderij ‘de Grenadier’ aan de (verdwenen) Leegstraat nr. 51 (omgeving Lunetstraat) zou hebben gestaan. Het verhaal gaat dat deze de wacht hield in een wachthokje bij de boerderij en tevens een krijgskas bewaakte toen hij in 1813 door kozakken werd neergeslagen. Thans staat de grenadier in het Breda’s Museum.


In 1810 was Breda rechtstreeks onderdeel geworden van het Franse keizerrijk onder keizer Napoleon; dit lot trof het hele grondgebied van het latere Nederland.
Drie jaar later zou de Franse bezetting van Nederland ten einde lopen. Na de Volkerenslag bij Leipzig op 16-19 oktober 1813, gewonnen door de samenwerkende tegenstanders van de Franse keizer, moesten de Fransen steeds meer door hen overheerst gebied in Midden- en West-Europa opgeven.

De in Russische dienst staande generaal Von Wintzingenrode en de Pruisische generaal Von Bülow kregen in november 1813 opdracht om namens de Geallieerden de opstandelingen in Nederland te helpen tegen de Fransen. Deze Nederlandse opstandelingen – oud-bestuurders en vooraanstaande burgers onder leiding van onder meer Gijsbert Karel van Hogendorp – hadden de onafhankelijkheid van Nederland uitgeroepen in de hoop zo te voorkomen dat de Geallieerden Nederland als veroverd Frans gebied zouden gaan beschouwen. In overleg met de opstandelingen zou prins Willem van Oranje, zoon van de laatste stadhouder van de Nederlandse Republiek, op 30 november vanuit Engeland naar Nederland komen; hij werd uitgeroepen als Soeverein Vorst, en werd in 1815 koning Willem I van Nederland.

De Geallieerden rukten in november 1813 vanuit Noord- en Oost-Nederland op naar het zuiden en westen van het land. Onder de Geallieerden die richting Breda gingen waren met name drie regimenten kozakken onder leiding van generaal graaf Alexander von Benckendorff, tezamen met Russische troepen onder de Russische generaal-majoor Staal. Kozakken waren snelle ruiters, die in groter of kleiner verband vrij zelfstandig konden opereren.

De Franse keizer wenste onder alle omstandigheden de grote havenstad Antwerpen te behouden. De Franse legerleiding concentreerde zich daarom met name op de verdediging van Antwerpen en wilde liever geen troepen verliezen aan de verdediging van voorposten als de vestingen Breda of Willemstad. Geruchten als krijgslist verspreid, dat een groot leger van Pruisen en Russen de stad Breda naderde, deden de Franse legerstaf in Breda besluiten om de stad op te geven en weg te trekken naar Antwerpen, wat op 10 december 1813 gebeurde. Daarop trokken 1200 Russen onder leiding van generaal-majoor Staal onder luid gejuich van de bevolking Breda binnen.

Direct na het wegtrekken van de Fransen deden de Geallieerden, het stadsbestuur en het nieuwe Nederlandse bestuur hun uiterste best om de erg vervallen vesting Breda te versterken en te zorgen voor voldoende proviand, geschut en munitie. En terecht, de Franse keizer had rond half december opdracht gegeven om zowel Breda als Willemstad te heroveren. Hierop trokken 6000 man Franse infanterie en 800 ruiters vanuit Antwerpen richting Breda, de Russische voorposten bij Wuustwezel, Zundert en Rijsbergen terug naar Breda drijvend.
Bij de verdediging van Breda waren zo’n 3000 man betrokken; enkele honderden Nederlandse troepen (ook Bredase vrijwilligers), verder Russen (kozakken, jagers) en Pruisen. Deze troepen stonden onder leiding van Von Benckendorff en de latere Nederlandse generaal Andreas Hendrik Johan van der Plaat (1761-1819), op 15 december 1813 door de Souverein Vorst aangesteld als militair gouverneur van Breda.
De Fransen belegerden en beschoten de stad van 21 - 23 december. Tijdens de soms felle gevechten weerde ook het detachement van kolonel Phaff, het eerste Nederlandse detachement waarover de Soevereine Vorst Willem I kon beschikken, zich dapper tegen de Franse aanvallers. Op 23 december trokken de Fransen weg, vermoedelijk uit vrees voor naderende geallieerde versterkingen.

Na 23 december werd Breda niet meer direct door de Fransen bedreigd. De vestingstad werd een uitvalsbasis voor de geallieerde aanvallen richting Antwerpen. Zo waren er op 4 januari 1814 2500 Engelse, 500 Pruisische en 1800 Nederlandse soldaten in de stad. In het gebied tussen Hoogstraten, Loenhout, Wuustwezel en Breda werd in de eerste helft van januari 1814 fel gevochten. Dat alles betekende voor Breda wel nog maandenlang last van inkwartiering en gedwongen leveranties aan de geallieerde troepen. Hetzelfde gold voor de dorpen in de omgeving.

Literatuur:
G. Huijbregts ”De bevrijding van Breda in 1813”, in De Waterschans (1998)7-12
H. Huijbregts De bevrijding van Breda in 1813 (Oosterhout, 1963) scriptie
J.F. Corstens In Historisch gedenkboek der herstelling van Neerlands onafhankelijkheid in 1813. 4 dln. (Haarlem, 1912,1913). Hier deel 4 pag. 475 e.v. voor Breda
Feestgids onafhankelijkheidsfeesten 1813-1913

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen