maandag 4 juni 2012

Weense pleegkinderen in Breda en omgeving

Onlangs ontving het Stadsarchief via de heer Johan van de Made te Wagenberg een gedrukte dankbetuiging van de Weense familie Benaty voor de mevrouw Cornelia Kock-Domen in Terheijden. De reden voor de dankbetuiging was de geboden gastvrijheid aan hun kind Margarete Benaty in de dagen van de “Weense nood”. De dankbetuiging is gevat in een houten lijst van 58 x 47 cm en is gedagtekend Wenen, 11 augustus 1922. Op het stuk is midden boven  een fotoportretje van pleegmoeder Cornelia Kock-Domen geplakt, en onderaan een fotootje van Margarete Benaty. Pleegmoeder Cornelia was door het overlijden van haar man Janus (Adrianus Franciscus) op 6 november 1918 weduwe geworden, en had ook de zorg voor drie eigen kinderen.

De “Weense nood” verwijst naar de slechte economische situatie waarin landen als Oostenrijk, Hongarije en Duitsland verkeerden na afloop van de Eerste Wereldoorlog.  Vele gezinnen konden nauwelijks rondkomen, waardoor de gezondheidstoestand van met name kinderen vaak slecht was. Vanuit het economisch welvarender Nederland kwamen op initiatief van particuliere organisaties in 1919 hulpacties opgang voor de noodlijdende Weense kinderen;  naast rooms-katholieke en Joodse organisaties waren ook een algemeen comité en socialistische vakbonden actief in deze hulpverlening om kinderen weer op krachten te brengen.  In Brabant was de Brabantse Boerenbond de eerste organisatie die voor pleegouderadressen voor Weense kinderen zorgde. Begin oktober 1919 werd in Breda op initiatief van de Bredase vereniging Katholiek Leven één van de eerste Nederlandse comités tot hulp aan Weense kinderen opgericht. Leden van Katholiek Leven waren volgens de verenigingsstatuten verplicht ook “sociale werken” te beoefenen. Het Bredase comité kreeg de steun van de Bredase bisschop (beschermheer), en was actief  in Breda en omliggende dorpen, tezamen 24 parochies tellend. In de (katholieke) regionale en landelijke  pers deed het comité een oproep om plaatselijke katholieke steuncomités op te richten, met één middelpunt per bisdom.  Als landelijk middelpunt droeg men voor het katholiek Huisvestingscomité te ’s-Hertogenbosch, dat de landelijke leiding zou nemen en de contacten met het buitenland zou onderhouden.  Aan deze oproep werd gehoor gegeven.  Het katholiek huisvestingscomité zorgde voor de overbrenging van Weense kinderen per trein naar Nederland, de lokale comités voor het onderbrengen bij pleeggezinnen.  Het eerste treintransport met ruim 500 Weense kinderen kwam op 24 november 1919 in Breda aan. De kinderen vertrokken na drie maanden op 19 februari 1920 weer richting Wenen. Na verloop van tijd kwamen er in Nederland ook particuliere steunacties voor kinderen in andere zwaar getroffen landen als Hongarije en Duitsland.  De diverse comités verzorgden naast transporten van pleegkinderen naar Nederland ook voedseltransporten naar de noodlijdende landen en boden hulp  in kindertehuizen in Oostenrijk zelf. 
Als dank voor de hulp aan Duitse kinderen gaf het kinderkoor (170 kinderen)  van prof. Fischer uit Berlijn in mei 1920 een concertenreeks in twaalf Nederlandse plaatsen, waaronder één op 26 mei in de Bredase schouwburg Concordia. Rond 1500 bezoekers woonden het Bredase concert bij.

Bronnen: Archief Vereniging Katholiek Leven te Breda, 1916-1955, inv.nr. 26; Bredasche Courant en Dagblad van Noordbrabant; Regionale en landelijke kranten via de database Historische Kranten van de Koninklijke Bibliotheek   http://kranten.kb.nl  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen